Hare Krishna Hare Krishna Krishna Krishna Hare Hare Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare

 


Reïncarnatie

Reïncarnatie is de reis die de ziel leven na leven aflegt van het ene lichaam naar het andere. Letterlijk betekent het “opnieuw een lichaam krijgen”. In de vedische literatuur wordt reïncarnatie uitvoerig beschreven, met name in de Bhagavad-gita:

Zoals men nieuwe kleren aantrekt en de oude opgeeft, zo aanvaardt de ziel nieuwe materiële lichamen en geeft ze de oude en nutteloze op.— Bhagavad-gita 2.22

Verhuizen van het ene lichaam naar het andere verschilt niet veel van veranderen van een baby in een kind, van een kind in een volwassene, en ten slotte in een oude van dagen. Zoals we deze veranderingen in ons huidige lichaam vanzelf ondergaan, zo veranderen we ook vanzelf van lichaam als we heengaan.

Wanneer we vrede hebben met dit proces en beseffen dat we een spiritueel wezen zijn dat in “de stad van het lichaam” woont, laten we ons niet in verwarring brengen door de veranderingen die ons lichaam ondergaat en kunnen we werkelijke vrede ervaren.

Aangezien de ziel eeuwig is, kan deze cyclus van reïncarnatie ook eeuwig doorgaan. Volgens de Vaishnava traditie moet deze cirkel echter doorbroken worden. Het is niet de bedoeling om verstrikt te raken in de cyclus van geboorte, dood, en wedergeboorte. Als Vaishnava’s het dus over bevrijding hebben, hebben ze het over bevrijding uit deze eeuwigdurende cyclus.

Het proces van Krishna-bewustzijn is erop gericht om bevrijd te worden van de moeilijkheden die dit leven met zich meebrengt, en om een eeuwig spiritueel bestaan te verkrijgen.

Het geloof in reïncarnatie komt in veel van de spirituele tradities van de wereld voor, met name in oosterse stromingen zoals het boeddhisme, hindoeïsme en taoïsme.

Als u meer wilt weten over reïncarnatie is er het boek Heengaan en terugkomen dat dieper op dit onderwerp ingaat.

Zoals we in ons huidige leven duizenden dromen dromen, is dit leven er slehts een van vele duizenden waarin we terecht zijn gekomen uit het andere, werkelijker leven (…) en keren dan na de dood terug. Ons huidige leven is slechts één van de dromen van dat werkelijker leven, en zo gaat het eindeloos door, tot het allerlaatste, het zeer werkelijke leven – het leven van God. (Graaf Leo Tolstoi)

Zoals de belichaamde ziel in dit lichaam geleidelijk van kinderjaren overgaat naar jeugd en ouderdom, zo gaat ze bij de dood naar een ander lichaam over. Een zelfverwerkelijkte ziel raakt door zo’n verandering niet uit haar evenwicht.— Bhagavad-gita 2.13

 

In de Veda’s staat beschreven dat er 8.400.000 verschillende soorten lichamen of voertuigen voor de geestelijke ziel bestaan. Er zijn amoeben, microben, vissen, planten, insecten, reptielen, vogels, zoogdieren en mensen. Naast de menselijke levensvorm zijn er andere, hogere en lagere, subtiele levensvormen. Sinds onheuglijke tijden reist de ziel door verschillende lichamen binnen dit materiële universum.

Telkens weer ervaart zij geboorte en telkens weer ervaart zij het sterven. De menselijke levensvorm onderscheidt zich van de dierlijke levensvorm door een hoger onderscheidingsvermogen. Dit stelt de ziel in een menselijk lichaam in staat om rationeel te denken en zichzelf te kunnen onderscheiden als zijnde een geestelijk wezen, los van het lichaam waarin ze zich bevindt.

Afhankelijk van het bewustzijn dat men heeft ontwikkeld en van de daden van vorige levens, wordt men geboren in een bepaalde levensvorm. Hoe hoger het bewustzijn is, des te hoger zal de nieuwe levensvorm zijn, zodat men zich van daaruit verder kan ontwikkelen. Hoe lager het bewustzijn, des te lager ook de toekomstige levensvorm.

Het bewustzijn waarin men verkeert op het moment van de dood en de daden uit het huidige leven, bepalen het volgend lichaam. Het leven is vergelijkbaar met een school. Als we slagen, volgt er geen nieuwe geboorte meer.

Om het proces van reïncarnatie volledig te kunnen begrijpen moet men ook iets van karma afweten.
Krishna voor kinderen

      SITEMAP