Krishna
“Krishna” is een woord afkomstig uit het Sanskriet en
betekent “de meest aantrekkelijke persoon.” Het is een van
de namen die de Vaishnava Hindoes gebruiken om God aan te spreken.
Krishna wordt beschouwd als de allerhoogste persoon, het toppunt van
alle waarheden.
Krishna is de allerhoogste bestuurder. Hij heeft een
eeuwige, gelukzalig, spiritueel lichaam. Hij is de oorsprong van alles.
Hij heeft géén andere oorsprong want Hij is de hoogste
oorzaak van alle oorzaken. – Brahma-samhita 5.1
Krishna’s Eigenschappen
Soms denkt men dat omdat God spiritueel is, Hij geen eigenschappen
bezit. Maar hoewel Krishna geen materiële kenmerken heeft, is Hij
vol van onbegrensde, transcendentale karaktertrekken en die
eigenschappen maken Hem aantrekkelijk voor ons.
Een van de namen om Krishna te beschrijven is
“Bhagavan,” wat betekent “diegene die de zes volheden
compleet bezit.” Alleen als iemand deze 6 volheden volledig
bezit, kan men Hem als God aanzien. Deze volheden zijn: 1) Kracht, 2)
Roem, 3) Rijkdom, 4) Kennis, 5) Schoonheid en 6) Onthechting.
Wat voor iemand is God
Alles met betrekking tot God is volledig transcendentaal, of
spiritueel. In tegenstelling tot gewone zielen, die een tijdelijk
materieel lichaam hebben, verandert Krishna’s lichaam
nooit – Hij is eeuwig jong.
Omdat God volmaakt is, is er geen verschil tussen Hem en Zijn naam,
vorm, daden, eigenschappen, en zo voort. In aanraking komen met om het
even welke van deze brengt hetzelfde spirituele voordeel, namelijk
zuivering van het bewustzijn.
Krishna verscheen 5000 jaar geleden op deze planeet in India,
Hij verbleef hier 125 jaar. Hoewel Zijn daden zoals van mensen
waren, waren ze ook ongeëvenaard in volheid en macht.
Een volledig begrip van God
Velen hebben het moeilijk om te bevatten dat God een persoon is.
Maar de Vedas beschrijven Zijn unieke persoonlijkheid als Zijn hoogste
kenmerk. De volgende analogie beschrijft Gods drie verschillende
karakteristieken – onpersoonlijk, plaatselijk en persoonlijk.
Als we naar een berg kijken vanop een afstand kunnen we alleen zijn
vorm en grootte onderscheiden. Dit wordt vergeleken met het begrip van
God als Brahman, Zijn onpersoonlijke energie, die van Hem afstraalt
zoals licht dat zich vanuit zijn bron verspreidt.
Als we dichter komen, kunnen we sommige eigenschappen beginnen
herkennen; zoals bijvoorbeeld de kleur van het gebladerte van de bomen
op de hellingen. Dit wordt vergeleken met het begrip van God als
Paramatma, of de Superziel, die in ons hart huist.
Wanneer we dan de berg zelf beklimmen, kunnen we de plantengroei, de
riviertjes en andere eigenschappen ontdekken. Dit wordt vergeleken met
het begrip van God als Bhagavan, als persoon.
Zo kan worden begrepen dat Bhagavan de bron is van Brahman en
Paramatma en in zekere zin één met hen is, hoewel Hij
altijd Zijn persoonlijke identiteit behoudt.
Krishna’s Energieën
Hoewel Krishna onzichtbaar is voor ons in onze voorlopige situatie,
kunnen we Zijn aanwezigheid gewaarworden via Zijn energieën, die
alomtegenwoordig zijn. Ook al zijn ze ontelbaar, toch kunnen ze
opgedeeld worden in drie categorieën: 1) Innerlijk (eeuwig,
spiritueel), 2) Uiterlijk (tijdelijk, materieel), 3) Marginaal (zielen
die in wisselwerking staan met ofwel Zijn spirituele of materiële
energie).
Bronnen
Terwijl men mijmert over al het voorgaande, kan men zich afvragen,
“Waar halen jullie deze informatie vandaan?” Naast
Krishna’s eigen woorden in de Bhagavad-gita, wordt God
uitgebreid beschreven in de Vedas (heilige geschriften uit India). Ook
Zijn expansies, incarnaties en vermaak kunt u er in detail
beschreven vinden.